Free Web Site - Free Web Space and Site Hosting - Web Hosting - Internet Store and Ecommerce Solution Provider - High Speed Internet
Search the Web

MICHAEL SCHUMACHER

Eindelijk was het dan zover. Michael Schumacher bezorgde Ferrari na 21 jaar de wereldtitel. Voor de Duitser was het zijn derde, na eerdere titels met Benetton in 1994 en 1995. Schumacher schoot in het seizoen 2000 uit de startblokken en won de eerste drie races. Een mazzeltje voor hem was dat zijn grootste concurrent, Mika Hakkinen, uit vorm was. De meeste tegenstand kwam in deze fase van het seizoen van David Coulthard. Schumachers voorsprong nam halverwege het seizoen echter snel af, mede doordat Hakkinen zijn vorm hervond, maar vooral ook doordat Schumacher tijdens de Grands Prix van Oostenrijk en Duitsland al in de eerste bocht werd uitgeschakeld. De Duitser ging daarbij zelf niet vrijuit. Regelmatig zwalkte hij over de baan in een poging de beter startende McLarens achter zich te houden. Het was vooral Coulthard die felle kritiek uitte op dit trucje van Schumacher. Met de tifosi, de Italiaanse fans, als getuige, kwam de kentering in het voordeel van Schumacher. Zijn overwinning in Monza kwam precies op het goede moment, toen het seizoen in de beslissende fase belandde en de spanning tot een hoogtepunt was gestegen. De druk op de Duitser was enorm en de opluchting na de finishvlag zo groot, dat Schumacher voor het oog van de wereld in tranen uitbarstte. Nadat Schumacher vervolgens ook nog de Grand Prix van de Verenigde Staten had gewonnen, terwijl Hakkinen uitviel, was de titelstrijd een gelopen race. Met een comfortabele voorsprong ging Schumacher de Grand Prix van Japan in, waar hij met alweer een zege het wereldkampioenschap definitief besliste. Cruciaal op het circuit van Suzuka was andermaal de voortreffelijke pitstopstrategie van Ferrari. Op het moment dat raceleider Mika Hakinnen de pitstraat in reed, bleef Schumacher op de baan om met een minimum aan benzine een aantal zeer snelle ronden te rijden. Nadat de Duitser naar binnen was geweest voor banden en brandstof, kwam hij voor de Fin terug op de baan. Met twaalf punten meer dan Hakkinen was de wereldtitel op dat moment een feit. Met zijn negende overwinning van het seizoen tijdens de laatste Grand Prix van het jaar in Maleisië bezorgde Schumacher zijn team ook nog de constructeurstitel. Na het winnen van de wereldtitel gaf Michael Schumacher aan het erg naar zijn zin te hebben bij Ferrari. Daarmee ontzenuwde de Duitser geruchten over een toekomst elders, met name bij McLaren. Schumacher is ervan overtuigd dat de gouden jaren van Ferrari nu zijn aangebroken en hij wil oogsten wat hij sinds 1996 bij het team gezaaid heeft. De concurrentie is gewaarschuwd.

De helm

Sinds ik vijftien jaar geleden met karting ben begonnen, heb ik mijn trots om Duits staatsburger te zijn altijd uitgedrukt in zwart, rood en geel. Dat zijn de basiskleuren van mijn helm. De witte banden aan de zijkanten dienen ervoor om sponsors de ruimte te geven. Bovenop heb ik de blauwe ondergrond met sterren versierd, dat was een idee van een vriend van me. Sinds ik voor Ferrari rijd staat in het gele gedeelte het springende paardje.

Biografie

Michael Schumacher begint op zijn vierde met karten. In 1984 en '85 is hij Duits juniorenkampioen en dat laatste jaar eindigt hij bovendien als tweede in het wereldkampioenschap. In 1986 stapt hij over naar de senioren en wordt hij derde in het Duitse en Europese kampioenschap. Het jaar erna wint hij beide titels. Ook wordt hij kampioen in de Formule König in 1988. Datzelfde jaar leveren zijn optredens in het Europees kampioenschap Formule Ford 1600 een tweede plaats in de eindstand op. Willi Weber biedt hem in 1989 een plaats aan in diens Formule 3-team. Schumacher eindigt het kampioenschap als derde. Het jaar erop haalt hij de Duitse titel binnen en schrijft hij de belangrijke Formule 3-race in Macau op zijn naam. Schumacher eindigt in 1990 ook nog eens als vijfde in het wereldkampioenschap sportwagens, waarbij hij één race wint. In 1991 rijdt hij opnieuw in het wereldkampioenschap sportwagens en in de DTM. Ook maakt Schumacher een kort uitstapje in de Japanse Formule 3000. Maar zijn belangrijkste wapenfeit dat jaar is Schumachers debuut in de Formule 1. In een Jordan zet hij op Spa-Francorchamps de zevende tijd neer, maar in de wedstrijd komt hij door pech niet verder dan de tweede bocht. Vanaf Monza zit Schumacher in een Benetton-Ford. In 1992 in Mexico beklimt hij voor de eerste keer het podium en in België boekt hij zijn eerste overwinning. In 1993 blijft het opnieuw bij één overwinning, in Portugal. Het jaar erna echter scoort hij er acht. Ondanks diskwalificaties en uitsluitingen wordt hij wereldkampioen, al moet hij er Damon Hill voor van de baan rijden. In 1995 stelt Schumacher met negen zeges zijn tweede titel veilig, waarna hij besluit om voor Ferrari te gaan rijden. 1996 wordt een moeilijk jaar, waarin hij toch nog drie overwinningen bij elkaar rijdt. In 1997 is de Ferrari een stuk betrouwbaarder en dingt hij tot de laatste race mee om de titel. De Duitster laat het weer op een crash aankomen, maar dit keer is hij de enige die hierdoor de strijd moet staken. Rivaal Villeneuve gaat er met het kampioenschap vandoor. De FIA straft Schumacher door zijn tweede plaats in het WK af te nemen, maar zijn vijf overwinningen blijven staan.Tijdens het seizoen 1998 is het aan het grote talent van Schumacher te danken dat Hakkinen in zijn onoverwinnelijke McLaren toch nog met moeite de titel verovert. Pas in de laatste race geeft de Duitser zich gewonnen. Nu hoopt Schumacher dan eindelijk in 1999 zijn belofte aan Ferrari in te lossen: het veroveren van de wereldtitel. Het jaar 1999 gaat voor Michael Schumacher echter de mist in. Daar kan hij zelf niets aan doen. De Duitser zit midden in de titelrace als hij bij de Grand Prix van Engeland zwaar crasht. De achterremmen van zijn Ferrari laten afweten en Schumacher schiet met hoge snelheid in een bandenstapel. Een dubbele beenbreuk houdt hem tot de voorlaatste race van het seizoen aan de kant. Bij zijn terugkeer in Maleisië blijkt Schumacher beter dan ooit. Maar liefst tweemaal staat hij de leiding af aan zijn teamgenoot Eddie Irvine, omdat de Noord-Ier nog strijdt om het kampioenschap. Maar in de slotrace in Japan komen zowel Schumacher als Irvine tekort op Mika Hakkinen, die wereldkampioen wordt. Voor Ferrari is er toch iets te vieren: het team wint zijn eerste constructeurstitel sinds 1983. Pas in 2000 is ook de wereldtitel voor coureurs een feit. Schumacher evenaart het record van negen overwinningen in één seizoen, dat op naam staat van Nigel Mansell (1992) en hemzelf (1995). Een glansrijke campagne dus, maar bepaald niet zonder tegenslagen. Schumacher wint de eerste drie races van het jaar, maar verliest door pech en fouten zienderogen terrein halverwege het seizoen. Korte tijd moet hij de leiding in het kampioenschap uit handen geven aan rivaal Mika Hakkinen, maar met vier zeges in de slotfase van het seizoen wordt hij toch nog afgetekend winnaar.


RUBENS BARRICHELLO

Rubens Barrichello stal tijdens de Grand Prix van Duitsland de show met de eerste overwinning in zijn carrière, maar vooral met de uitbarsting van vreugde die erop volgde. De zege op Hockenheim was een bekroning van een goed seizoen, waarin Rubinho liet zien een topteam waardig te zijn. Ferrari kon het niet beter met hem wensen, want Barrichello wierp zich ook nog op als ideale teamgenoot van Michael Schumacher, die punten voor de neus van diens concurrenten wegkaapte. Bij zijn debuut voor Ferrari, in de Grand Prix van Australië, pakte de kleine Braziliaan direct een tweede plaats. Tot verdriet van zijn landgenoten kon Barrichello die prestatie tijdens zijn daaropvolgende thuisrace niet evenaren. Op het circuit van Interlagos viel de Braziliaan in de 28e ronde uit. In Engeland beleefde Barrichello een volgend hoogtepunt door vanaf pole-position te starten en ruim dertig ronden aan kop te gaan, totdat een defect aan de auto hem tot opgeven dwong. Ook in het vervolg presteerde de Braziliaan goed, met een aantal tweede plaatsten. Maar zijn mooiste moment beleefde Barrichello dus op het circuit van Hockenheim. De Braziliaan moest vanaf een achttiende startpositie aan de Grand Prix van Duitsland beginnen. De race was spectaculair met mooie inhaalmanoeuvres en een regenachtig slot. Juist in die fase glorieerde Barrichello. Waar zijn concurrenten schielijk de pit opzochten voor regenbanden, bleef Barrichello op de baan. Het was een gedurfde beslissing, die goed uitpakte; op het natte legde Barrichello een fenomenale wagenbeheersing aan de dag. Dankzij die wagenbeheersing en zijn aanvallende tactiek won hij zijn eerste Grand Prix vanuit een uitzichtloze achttiende plaats. Een prestatie van formaat. Toen bij de huldiging het Braziliaanse volkslied klonk, stal Barrichello de harten van de Formule 1-fans in een onbedaarlijke huilbui uit te barsten. Tijdens Grands Prix van België en Italië haalde de Braziliaan de finish niet. Op Monza was Barrichello betrokken bij een zware crash waarbij een brandweerman het leven liet. 'Rubinho' liet zich door deze tegenslagen niet uit het veld slaan en droeg met twee podiumplaatsen tijdens de laatste drie races van het jaar bij aan het behalen van de constructeurtitel voor Ferrari. Rubens Barrichello sloot het seizoen 2000 af als vierde in het klassement. Hij stond maar liefst negen keer op het podium en leverde met zijn puntentotaal van 62 een stevige bijdrage aan de constructeurstitel van Ferrari. Voor 2001 heeft hij meer overwinningen in het vizier en om de bazen van Ferrari ervan te overtuigen dat hij ooit de opvolger van Michael Schumacher moet worden, zal hij minstens een plaats moeten klimmen in het wereldkampioenschap. De eerste plaats mag hij echter niet aankomen, zolang Schumacher nog kopman van Ferrari is.

De helm

"Ik heb gekozen voor mijn lievelingskleuren oranje/rood en blauw, om mijn helm een levendig, dynamisch en vrolijk aanzien te geven. De tekening en de verdeling van de kleuren heb ik samen met mijn vader ontworpen. Dat is lang geleden en dateert uit mijn karttijd in 1988-'98. Ik was toen pas zestien. Sindsdien ben ik nooit in de verleiding gekomen, het ontwerp te veranderen."

Biografie

Rubens Barrichello begint in 1981 met karten. Hij wordt dat jaar evenals in 1982 en '84 tweede in het juniorenkampioenschap van Sao Paulo. In 1984 wordt hij bovendien vice-kampioen van Brazilië bij de junioren. In 1985 wint hij de 2 Uur van Sao Paulo en het jaar erna zegeviert hij in de A-klasse van het Braziliaanse kampioenschap. De kroon op zijn kartloopbaan is de Zuid-Amerikaanse 125cc-titel in 1987. In dat jaar en het volgende pakt hij bovendien de titel in de kampioenschappen van Sao Paulo en Brazilië. Na in 1989 als vierde te zijn geëindigd in het Braziliaanse Formule Ford-kampioenschap gaat hij naar Europa. Zijn eerste seizoen in de Opel Lotus sluit hij na het winnen van zes races af als Europees kampioen. In 1991 wordt hij Brits Formule 3-kampioen en gaat hij viermaal als winnaar over de streep. Het seizoen 1992 komt hij uit in de Formule 3000. Hij wordt uiteindelijk derde. In 1993 maakt Barrichello zijn Formule 1-debuut voor Jordan. In de regenrace van Donington vecht hij zich naar een tweede plaats, maar helaas gaat zijn auto stuk. In Japan komen de eerste punten als hij als vijfde eindigt. Het volgende seizoen blijft Barrichello bij Jordan en hij begint het jaar goed. In zijn thuisrace wordt hij vierde, gevolgd door een derde plaats in de Pacific Grand Prix. Maar in de derde race, in San Marino, slaat het noodlot toe. Tijdens de trainingen crasht Barrichello en loopt hij een hersenschudding op. De volgende dag vindt Ratzenberger de dood en nog een dag later verongelukt Senna, Barrichello's vriend en mentor. Toch wordt 1994 met een pole-position, een derde plaats en vijf vierde plaatsen zijn beste seizoen tot nu toe. Barrichello eindigt als zesde in het kampioenschap. Daarna gaat het met hem en Jordan wat minder. Al is er in 1995 een uitschieter in Canada, waar hij als tweede finisht. In het eindklassement wordt hij elfde met elf punten. Het jaar erna rijdt hij met de Jordan veertien punten bij elkaar, goed voor een achtste plaats. Barrichello heeft een nieuwe impuls nodig en die vindt hij bij Stewart, waarmee hij een driejarige verbintenis aangaat. Het seizoen 1997 kent als hoogtepunt een tweede plaats in de Grand Prix van Monaco. In 1998 kampt Stewart met een kwetsbare motor en versnellingsbak. Bovendien gedraagt de auto zich zelden of nooit naar wens. Het gevolg is dat Barrichello slechts vier punten scoort. Met enige tegenzin dient hij in 1999 zijn contract bij Stewart uit. 1999 verloopt echter geheel boven Barrichello's verwachting. De Stewart is sneller dan het jaar ervoor, sterker nog: hij komt in aanmerking voor het predikaat 'best of the rest' na McLaren en Ferrari. Het typische Stewart-manco van de onbetrouwbaarheid behoort echter nog steeds niet tot het verleden. Zo laat zijn motor Barrichello in de steek juist als hij voor eigen publiek in de Grand Prix van Brazilië meedingt naar de overwinning. Helaas voor Barrichello zijn er voor hem in 1999 slechts troostprijzen weggelegd: drie derde plaatsen. Wel behaalt hij met 21 punten zijn hoogste totaal tot dan toe, goed voor de zevende plaats in het wereldkampioenschap. In 2000 volgt voor Barrichello de doorbraak op twee fronten: ten eerste komt hij voor het eerst in zijn carrière in een topteam terecht, ten tweede pakt hij zijn eerste overwinning. Barrichello wordt de rechterhand van Michael Schumacher bij Ferrari en vertolkt die rol verdienstelijk. Bij de Grand Prix van Duitsland mag hij, omdat Schumacher is uitgevallen, voor zijn eigen kansen gaan. Dat doet hij met verve. Van een achttiende plaats bij de start klimt hij op naar de eerste bij de finish. Met negen podiumplaatsen, 62 punten en een vierde stek in het coureurskampioenschap wordt 2000 met afstand het succesvolste jaar van Rubens Barrichello.

terug naar teams startpagina
terug naar af